Tekenen van het einde van een regime

Is de opstand en het verzet van het Iraanse volk een teken van het historische vervaldatum van het Islamitische Republiek regime in Iran en het einde van een regime?
Met de machtsovername van despotische leiders in verschillende landen ter wereld stellen veel mensen zich zeker de vraag: wat moet er gebeuren opdat mensen die onder het bewind van deze despoten leven, zich kunnen bevrijden. Men kan bijvoorbeeld wijzen op meneer Ali Khamenei in het huidige Iraanse regime of andere dictators in de regio.
De gerenommeerde Amerikaanse wetenschapper, professor Daniel Treisman van de universiteit “UCLA” zegt: Tussen de jaren 1800 en 2015 zijn we via gegevens en analyse tot de conclusie gekomen dat de val van dictators het gevolg is van fouten die zij hebben gemaakt in hun poging om hun macht te behouden, en hoe meer zij voor hun macht hebben gestreden, des te sneller liepen zij naar hun ondergang.
Volgens meneer Treisman zijn fouten zoals open onderdrukking, het overmaatig aanmoedigen van mensen om tegen externe vijanden te strijden, het onjuist verslaan van rivaliserende elites, voorbeelden van deze fouten. In het vervolgde van dit artikel gaan wij vijf van deze fouten na die zich hebben herhaald in de opstand van het volk gedurende de afgelopen 55 dagen tegen het regime van de Islamitische Republiek onder leiding van meneer Ali Khamenei.
Het eerste geval is de buitensporige hoogmoed van een despotische heerser. In deze situatie onderschat de heersende dictator de kracht van zijn tegenstanders en opponenten en faalt hij in onderhandeling of onderdrukking. Men kan bijvoorbeeld wijzen op Nicolae Ceaușescu, secretaris van de Communistische Partij en president van de socialistische staat Roemenië tot 1989. Meneer Ceaușescu hield zijn gebruikelijke toespraak toen hij plotseling besefte dat zijn regering ten einde liep.
Men kan ook wijzen op Mohammed Suharto, president van Indonesië. Hij geloofde dat hij het land tot het moment van zijn aftreden onder controle kon houden, maar dit liep anders af voor hem; want op het moment dat hij het helemaal niet verwachtte, werd hij plotseling onderuit gehaald door een massale opstand van het volk.
Een ander geval kan men aanwijzen in de handelingen en bewegingen van het Islamitische regime in deze dagen en zijn despotische leider Ali Khamenei. Hij initieert verkiezingen in Iran die hij zodanig moet manipuleren dat hij, net als de Chileense dictator Pinochet in 1988, volledig zijn legitimiteit verliest en zich genoodzaakt ziet om het volk oorlog aan te doen om aan de macht te blijven, zonder te weten hoe dit zal eindigen.
Het derde geval kan men de “glibberige helling” noemen. Dit gebeurde onder het bewind van Mikhail Gorbatsjov. Hij begint hervormingen om het regime te behouden, maar uiteindelijk zijn het juist deze hervormingen die hem verzwakken.
Tegenwoordig lijkt het erop dat meneer Ali Khamenei, de despotische leider van Iran, tot dit soort actie zou kunnen overgaan. Aangezien de revolutionaire opstand van het Iraanse volk een weg zonder terugkeer is begonnen, is het waarschijnlijk dat meneer Ali Khamenei en de leiders van het Islamitische Iraanse regime, om de situatie onder controle te krijgen, een aantal hervormingen zullen doorvoeren die het vertrouwen van het volk zullen vergroten en uiteindelijk tot zijn val zullen leiden.
Het vierde geval is vertrouwen in een verrader. Dit is altijd een fout die dictators begaan. Men kan bijvoorbeeld wijzen op koning Francisco Franco, koning van Spanje. Hij koos “generaal Juan Carlos” als zijn opvolger. Ook van Mikhail Gorbatsjov moet worden herinnerd dat het de politieke elite van het regime was die een verkeerde persoon koos om hun macht te behouden. Nu lijkt het er ook op dat de leider van de Islamitische Republiek Iran, meneer Ali Khamenei, gegeven zijn recente acties, waarschijnlijk vertrouwd heeft op verschillende verraders of buitenlandse infilstranten, wat ertoe heeft geleid dat hij op deze schaal slecht en onrechtvaardig heeft gereageerd op de strijd van het Iraanse volk voor gerechtigheid.
Het vijfde en laatste geval is omgekeerde geweld. Het niet onderdrukken van tegenstanders wanneer nodig kan een teken van hoogmoed in een dictator zijn, maar een overmatige reactie daarop is een dodelijke fout.
Het voorbeeld dat meneer Daniel Treisman noemt, is meneer Hussein Muhammad Ershad, president van Bangladesh. Een opstand die was begonnen na het geweldpleging door politie tegen een tegenstander gedurende een bijeenkomst, dwong hem uiteindelijk tot aftreden.
Maar deze aftreding vond ook plaats door de Oekraïense president “Viktor Janukovitsj” in 2013 en werd een van de zelfdestructieve fouten van de meeste dictators; toen relschoppers tegen enkele protesterende studenten aanvielen en hen op gruwelijke wijze sloegen. Destijds volgende veel grotere protesten die tot het aftreden van dictator Janukovitsj leidden, op dezelfde manier als we vandaag in Iran zien.
Ik beëindig deze laatste analyse met het volgende onderwerp. Al deze fouten zijn menselijke oordelen. Dictators handelen, net als gewone mensen, soms op basis van onvolledig informatie of hun eigen verkeerde inwendige gevoelens. Het enige verschil is dat hun trots hen blind heeft gemaakt en precies daarom zijn zij gevoelig voor grove fouten. Zij trappen in peilingen waarmee mensen niet eerlijk antwoorden en hun omgeving speelt met cijfers en getallen om hen ter wille te zijn. Iets wat we elke dag in radio en televisie en nationale media zien.
Meneer Daniel Treisman wijst aan het einde van zijn verslag op dat 85 procent van de cases over dictators die hij heeft bestudeerd, een democratisering vóór onrust hebben gezien die veel te laat plaatsvond en het volk van regimes waar hun stem niet wordt gehoord, moe is geworden en geen zin meer heeft om onder de gesprekken van de despotische leiders uit te gaan. Dan hoeft slechts één persoon die in het middelpunt van het gezag staat één verkeerde stap te zetten en uiteindelijk geeft het volk de genadeslag.
Een artikel geschreven door dominee Abela Yohane Maro




