Twee Iraanse functionarissen ter zake atoom- en gerechtszaken beschuldigen Grossi van ‘politisering’

Hooggeplaatste functionarissen op het gebied van kernenergie en mensenrechten van de Islamitische Republiek hebben Rafael Grossi, directeur-generaal van het Internationaal Atoomenergieagentschap, beschuldigd van ‘politisering’.
De voorzitter van de Iraanse organisatie voor atoomenergie stelt dat de Islamitische Republiek ‘nauwkeurige antwoorden’ heeft gegeven op vragen van het Internationaal Atoomenergieagentschap, maar dat de rapporten van dit orgaan gebaseerd zijn op informatie die ‘vijanden’ van Teheran aan hen hebben verstrekt.
Mohammad Eslami beschuldigde maandag in een gesprek met het nieuwsnetwerk Al Jazeera Rafael Grossi, directeur-generaal van het Internationaal Atoomenergieagentschap, van het ontbreken van ‘ernstige wil om de antwoorden van Iran overtuigend uit te leggen’.
Eslami zei: ‘Het Internationaal Atoomenergieagentschap vertrouwt op inlichtingenrapporten van onze vijanden, met Israël aan het hoofd.’
Benny Gantz, Israëls minister van Defensie, had op 6 juni gezegd dat Naftali Bennett, de premier van dat land, ‘goed werk leverde’ door tijdens een ontmoeting met de directeur-generaal van het Internationaal Atoomenergieagentschap ‘informatie die Israël over Iran heeft door te geven’.
Rafael Grossi stelde voor aanvang van de vergadering van de Raad van Gouverneurs van het Internationaal Atoomenergieagentschap dat Iran zijn uraniumverrijking voortdurende voortzet en dat het verkrijgen van aanzienlijke hoeveelheden die de rode lijn overschrijden ‘zeer nabij is en niet meer dan enkele weken’.
Volgens hem ‘heeft Iran geen verklaringen gegeven die technisch overtuigend zijn met betrekking tot de bevindingen van het Agentschap op drie niet-aangegeven locaties. Ook heeft Iran de huidige locatie of locaties van kernmateriaal of met kernmateriaal besmette apparatuur die in 2018 van Turquzabad zijn vervoerd, niet aan het Agentschap medegedeeld’.
Eslami verwees in een ander deel van zijn interview naar de mogelijkheid dat er tijdens de huidige vergadering van de Raad van Gouverneurs van het Internationaal Atoomenergieagentschap een resolutie tegen Iran wordt aangenomen en zei: ‘Zelfs als deze resolutie wordt aangenomen, ontstaat er geen nieuwe situatie.’
Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de Verenigde Staten hebben een conceptresolutie opgesteld om de Raad van Gouverneurs van het Agentschap op te dragen de Islamitische Republiek ter verantwoording te roepen omdat zij geen antwoord heeft gegeven op vragen over sporen van uranium in niet-aangegeven nucleaire faciliteiten.
De Islamitische Republiek heeft daarentegen gewaarschuwd dat elke politieke maatregel tegen het nucleaire programma van Iran bij het Internationaal Atoomenergieagentschap zal worden beantwoord met een ‘onmiddellijke reactie van de Islamitische Republiek’.
Eslami verzocht het Agentschap ‘politieke invloed binnen zichzelf stop te zetten en zich aan de wetten te houden’.
De voorzitter van de Iraanse organisatie voor atoomenergie noemde het feit dat het Agentschap niet ‘kritiek’ heeft geuit op aanvallen op Iraanse kernlocaties ook een ‘groot vraagstuk’ en waarschuwde: ‘De toegang van het Agentschap tot films en videoregistraties is afhankelijk van het lot van het [JCPOA-]akkoord.’
In de afgelopen jaren hebben aanvallen plaatsgevonden op verschillende kerninstallaties van de Islamitische Republiek, of zijn personen die als kernwetenschappers zijn aangeduid, vermoord.
Kazem Gharibabadi, secretaris van het Iraanse bureau voor mensenrechten, stelde maandag, 6 juni, dat de benadering van Rafael Grossi, directeur-generaal van het Internationaal Atoomenergieagentschap, ‘politiek’ is.
Hij voegde eraan toe: ‘Meneer Grossi heeft sterke politieke voorkeuren en dat kan niet worden ontkend. De rapporten van alle voormalige directeuren-generaal van het Agentschap stonden onder invloed van politieke druk, maar sommige standpunten van het Agentschap zijn ook te wijten aan de politieke benaderingen van de directeuren-generaal van het Agentschap.’
De plaatsvervanger voor internationale aangelegenheden van de gerechtelijke macht stelde vast dat ‘de westerse landen hun besluit over deze politieke maatregel [uitvaardiging van de resolutie] hebben genomen en de Verenigde Staten steun hebben gegeven’, waarschuwde dat deze maatregel ‘ernstig nadeel zal toebrengen aan initiatieven op tafel’.
Zonder nadere details toe te voegen, voegde hij eraan toe: ‘Als we niet kunnen voorkomen dat een dergelijke resolutie wordt uitgevaardigd, moeten we de kosten van de uitvaardiging ervan voor de initiatiefnemers zwaar maken.’
Bron: Radio Farda




