Twee politieke gevangenen starten hongerstaking in centrale gevangenis van Urmia

Twee politieke gevangenen met de namen Ibrahim Khalili Hamadani en Salar Khalili Hamadani, die onlangs elk tot 16 jaar gevangenisstraf zijn veroordeeld, zijn in de centrale gevangenis van Urmia in hongerstaking gegaan in protest tegen hun veroordeling.
Het Koerdistan Mensenrechtennetwerk meldde dinsdag 9 Mehr dat Ibrahim Khalili Hamadani en zijn zoon Salar Khalili Hamadani, die eerder door de tweede afdeling van de Islamitische Revolutierechtbank van Urmia veroordeeld zijn tot in totaal 32 jaar gevangenisstraf wegens de beschuldigingen van “lidmaatschap van de Organisatie van Islamitische Mojahediyen van Iran” en “propaganda tegen het systeem”, sinds woensdag 3 Mehr in hongerstaking zijn gegaan in protest tegen het vonnis.
De rechtszitting van deze twee politieke gevangenen vond plaats op 27 Shahrivar en het vonnis werd dinsdag 2 Mehr aan Ibrahim en Salar Khalili Hamadani voorgelezen, die in de psychische afdeling van de centrale gevangenis van Urmia verblijven.
Volgens dit vonnis zijn beiden veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf voor de beschuldiging van “lidmaatschap van de Organisatie van Islamitische Mojahediyen van Iran” en tot één jaar gevangenisstraf voor de beschuldiging van “propaganda tegen het systeem”.
Ibrahim Khalili Hamadani werd samen met twee van zijn kinderen, genaamd Salar en Maryam, op 4 Esfand 97 door veiligheidstroepen in Urmia gearresteerd en na ondervragingen op het kantoor van de inlichtingendienst van de stad overgebracht naar de centrale gevangenis van Urmia. Maryam Khalili Hamadani werd op 5 Ordibehesht tegen betaling van 250 miljoen Toman borg voorlopig en tot het einde van de rechtszaak uit de gevangenis vrijgelaten.
Eerder had Peyman Mirza Zadeh, een Koerdische zanger uit Urmia die zijn straf uitzit in de gevangenis van Urmia, begin Mordad van dit jaar in hongerstaking gegaan in protest tegen de uitvoering van 100 zweepslagen en twee jaar gevangenisstraf die hem zijn opgelegd wegens “activiteiten tegen de nationale veiligheid” en “propaganda tegen het systeem”.
In december van vorig jaar noemde Amnesty International in een rapport 2018 het “schaamtejaar” van de Islamitische Republiek en verklaarde dat meer dan 7.000 mensen, waaronder deelnemers aan demonstraties, studenten, journalisten, vrouwerechtenactivisten, milieuactivisten, vakbondsactivisten en activisten voor ethnische en religieuze minderheden, in Iran zijn gearresteerd.
Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft herhaaldelijk en in verschillende gevallen het gewelddadige optreden en de brede onderdrukking van betogers, alsmede de herhaalde en aanhoudende schending van de rechten van Iraanse burgers, inclusief de rechten van ethnische en religieuze minderheden, alsmede vrouwen- en kinderrechten door het regime van dat land, veroordeeld.
Bron: Voice of America




