Veroordeling van 50 jaar gevangenisstraf voor vijf Iraanse christelijke burgers bevestigd

Een christelijk echtpaar dat door uitspraak van de Revolutionaire Rechtbank in totaal tot 15 jaar gevangenisstraf was veroordeeld, verliet Iran voordat hun straf werd uitgevoerd.
Volgens het website ‘Organisatie 18’ dat verslaglegging doet over minderheden, heeft het Hof van Hoger Beroep onlangs de vonnissen van predikant Victor Bettemarz en zijn echtgenote Shamiran Isavi bevestigd, die respectievelijk tot 10 en 5 jaar gevangenisstraf waren veroordeeld.
De beschuldigingen tegen deze twee personen waren ‘evangelisatieactiviteiten’ en ‘acties tegen de nationale veiligheid door huiskerken op te richten en te besturen’.
In deze zaak werden ook drie andere burgers genoemd die tot het christendom zijn bekeerd: Hadi Asgari en Kavyan Falah Mohammadi zijn elk tot 10 jaar gevangenisstraf veroordeeld en Amin Afshar Naderi tot 15 jaar straf. De vonnissen van deze drie personen zijn ook in hoger beroep bevestigd.
De zaak van Victor Bettemarz en zijn echtgenote Shamiran Isavi dateert van drie jaar geleden en hun vonnis is onlangs in hoger beroep bevestigd. Op 21 Mordad is er een dagvaarding tegen hen uitgevaardigd om zich binnen vijf dagen in de gevangenis aan te melden, maar zij verlaten Iran voordat het vonnis werd uitgevoerd.
Dabrina Bettemarz, dochter van dit christelijk echtpaar, zegt dat haar vader 65 dagen in eenzame opsluiting heeft gezeten en daarnaast nog twee maanden in de gevangenis heeft doorgebracht.
Mansoor Barji, directeur van de organisatie ‘Artikel 18’ die actief is op het gebied van minderheden, stelde dat de Iraanse gerechtelijke autoriteiten acties strafbaar stellen ‘die niet in de wet als strafbaar zijn aangemerkt’.
In de afgelopen jaren hebben mensenrechtenorganisaties herhaaldelijk een eerlijke behandeling van deze burgers geëist.
In februari 2018 hebben vier onafhankelijke mensenrechtenexperts van de Verenigde Naties, waarschuwend over ‘ernstige discriminatie’ tegen religieuze minderheden in Iran, van de Iraanse autoriteiten gevraagd om te garanderen dat de rechtszaak van christelijke burgers eerlijk is.
Volgens de grondwet van de Islamitische Republiek worden alleen volgelingen van drie godsdiensten – islam, zoroastrisme en christendom – erkend als religieuze minderheden, maar geen van deze groepen Iraanse burgers, noch soennitische moslims, noch volgelingen van andere religies zoals bahai’s, beschikken over volledige vrijheid om hun religieuze praktijken uit te oefenen.
De Islamitische Republiek gaat met name tegen groepen die christendom propageren op een speciale manier om, en elk jaar worden dossiers in de aandacht van de Iraanse gerechtelijke instellingen gebracht die meestal leiden tot langdurige gevangenisstraffen.
Bron: Radio Farda




