Verzoeken van “mensenrechtenactivisten” aan Rohani om toezicht op inlichtingendiensten

Het Centrum voor Mensenrechtenactivisten heeft Hassan Rohani verzocht om tijdens zijn tweede ambtstermijn als president meer toezicht uit te oefenen op het Ministerie van Inlichtingen en tegenwicht te bieden tegen “overtredingen” van parallelle inlichtingendiensten en deze diensten aan het publiek “voor te stellen”.
Deze organisatie, waarvan Shirin Ebadi voorzitter is, heeft in haar rapport over schendingen van mensenrechten in Iran in mei Rohani verzocht meer toezicht op het Ministerie van Inlichtingen op zijn agenda te zetten.
In dit rapport werd, met verwijzing naar de presentatie van de Minister van Inlichtingen aan het parlement door de president, benadrukt dat “enige illegale actie door ambtenaren van het Ministerie van Inlichtingen op het geweten van de president wordt geschreven”.
Het Centrum voor Mensenrechtenactivisten verzoekt Hassan Rohani ook, met verwijzing naar het bestaan van “parallelle en illegale” veiligheidsdiensten in Iran, om volgens zijn wettelijke taken “tegen hun overtredingen verzet te bieden en deze diensten” aan het publiek bekend te maken.
Volgens deze organisatie is “natuurlijk” de hoogste verantwoordelijke in de gerechtelijke macht op de hoogte van “illegale activiteiten” van parallelle veiligheidsdiensten “zoals arrestaties en dossiervorming tegen civiele en politieke activisten”.
Shirin Ebadi, Iraanse winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, zei in december 2016 ook dat de prestaties van de regering-Rohani op het gebied van eerbiediging van wettelijke vrijheden “zeer slecht” waren en kritiseerde dat meneer Rohani in tegenstelling tot zijn verkiezingsbeloften “geen verandering” in het Ministerie van Inlichtingen had aangebracht.
Zij verwees onder meer naar de rol van ambtenaren van het Ministerie van Inlichtingen in de zaken van Narges Mohammadi en Abdolfattah Soltani, beide leden van het Centrum voor Mensenrechtenactivisten.
Intussen had Taghi Rahmani, echtgenoot van Narges Mohammadi, verklaard dat het Ministerie van Inlichtingen klager tegen mevrouw Mohammadi is en dat als dit ministerie zijn klacht intrekt, Narges Mohammadi vrijkomt.
De Raad voor Coördinatie van de Groene Weg van Hoop, een organisatie dicht bij Mir-Hossein Mousavi, beschuldigde het Ministerie van Inlichtingen in september 2015 in een verklaring, met verwijzing naar “extremistische pogingen van autoritairen om politieke blokkade op de samenleving op te leggen”, van “samenwerking” met de Inlichtingendienst van de Revolutionaire Garde en de gerechtelijke autoriteit in delen van “onderdrkkingsprojecten”.
Eerder, in september 2014, had de website Kelme verslag uitgebracht over de “rol” van het Ministerie van Inlichtingen van de regering-Rohani in het “oproepen en bedreigen van civiele activisten”.
Het Ministerie van Inlichtingen van de regering-Rohani heeft de afgelopen jaren ook belet dat verschillende politieke en culturele groepen die kritisch staan tegenover de Iraanse regering, vergaderingen houden, waaronder de Nationale Front en de Iraanse Schrijversvereeniging.
Ali Younesi, Minister van Inlichtingen in de regering van Mohammad Khatami, had eerder gezegd dat het Ministerie van Inlichtingen nog niet “is overgenomen” door de regering-Rohani.
Hij zei echter op 5 oktober 2014 dat wat hij met het woord “overname” bedoelde was dat de regering het Ministerie van Inlichtingen nog niet “volledig in handen heeft genomen”.
Dit terwijl de Minister van Inlichtingen van de regering-Rohani in bepaalde gevallen ook conflicten had met de gerechtelijke macht en de Inlichtingendienst van de Revolutionaire Garde.
Bijvoorbeeld, nadat een aantal Telegramkanal-beheerders in maart 2017 was gearresteerd, verklaarde Mahmoud Alavi, Minister van Inlichtingen, dat de regering tegen de arrestatie van Telegramkanal-beheerders is.
Daarentegen zei Gholam-Hossein Mohseni Ejehi, woordvoerder van de gerechtelijke macht, donderdag, 13 april, in reactie op deze uitspraken dat in deze zaak “bepaalde punten over de Minister van Inlichtingen zelf aan de orde zijn” en dat hij geen rapport over deze zaak kan indienen.
Dezelfde dag antwoordde Mahmoud Alavi, Minister van Inlichtingen, op deze uitspraak aldus: “Ik ken geen misdaad voor beheerders waarvan ik medeplichtig zou zijn, het lijkt erop dat zij medeplichtig aan mijn misdaad zijn. Het verdedigen van de regering is geen kleine misdaad.”
Het kantoor van de woordvoerder van de regering-Rohani verkondigde op hetzelfde moment dat meneer Mohseni Ejehi deze opmerkingen vanwege “vermoeidheid en druk van verplichtingen” had gemaakt.
Desondanks benadrukte meneer Ejehi na deze reacties zijn vorige uitspraken.
Bron: Radio Farda




