Wanneer het kruis met de vlag verstrengeld raakt; waarschuwing over toenemende politisering van het Iraanse Christendom

Terwijl Iraanse christenen in de afgelopen decennia onder druk van de Islamitische Republiek hebben gestaan met gevangenschap, discriminatie en religieuze vervolging, ontstaat nu een nieuw debat onder christelijke leiders en activisten: “Kan politieke strijd tegen de Islamitische Republiek de spirituele identiteit van de kerk overschaduwen?” Een analyse gepubliceerd in internationale christelijke media waarschuwt dat hoewel het verdedigen van gerechtigheid, vrijheid en mensenrechten deel uitmaakt van de morele verantwoordelijkheid van christenen, het omvormen van de kerk tot een podium voor politieke stromingen de grens tussen christelijk geloof en nationalisme kan vervagen. De auteur van deze analyse verwijst naar de waarschuwing van “Francis Schaeffer”, een vooraanstaande christelijke denker, en schrijft: “We mogen het koninkrijk van God niet verwarren met ons eigen land; met andere woorden, we mogen het christendom niet in onze nationale vlag wikkelen.”
Bijna een halve eeuw na het uiten van deze waarschuwing, stelt “Fred Petrosyan”, auteur van deze analyse, dat dit woord vandaag de dag meer dan ooit van belang is voor de Iraanse christelijke gemeenschap. Naar zijn mening hebben de toenemende politieke activiteiten onder een deel van de Iraanse christenen, vooral buiten het land, belangrijke vragen opgeroepen over de verhouding tussen geloof, nationale identiteit en politiek handelen.
In de afgelopen jaren hebben veel Iraanse christenen deelgenomen aan protestacties, stellingnames uitgegeven, actief geweest op sociale netwerken en zich uitgesproken ter ondersteuning van slachtoffers van overheidsonderdrukking. Dit proces heeft vooral na de landsbrede protesten en de bloedige onderdrukking van demonstranten aan intensiteit toegenomen.
Petrosyan benadrukt dat het verdedigen van gerechtigheid, verzet tegen tirannie en steun aan onderdrukten een onafscheidbaar onderdeel vormt van de morele verantwoordelijkheid van christenen; maar het bezorgdheid begint wanneer de politieke taal en het gelofstaal zodanig met elkaar vermengd raken dat de grens ertussen verdwijnt.
Naar zijn mening zijn in sommige Iraanse kerken en christelijke media nationale en politieke symbolen geleidelijk in de eredienstruimte binnengekomen, en soms wordt de bijbel zelfs geïnterpreteerd vanuit het perspectief van actuele politieke ontwikkelingen. Dit proces kan volgens de auteur de identiteit van de kerk van haar oorspronkelijke missie afleiden.
Een van de voorbeelden die in deze analyse worden aangehaald, is het gebruik van de Leeuw en Zon-vlag in bepaalde christelijke kringen. De auteur stelt dat hoewel personen het recht hebben zich in het openbare domein uit te spreken ter ondersteuning van een politiek of nationaal symbool, het plaatsen van dergelijke symbolen naast het kruis en de bijbel in een plaats van aanbidding het risico vergroot dat christelijk geloof vermengd wordt met politieke neigingen.
Hij verwijst ook naar de benadering van sommige christelijke activisten tegenover prins Reza Pahlavi en waarschuwt dat steun voor een politieke figuur niet moet leiden tot het gebruik van theologische concepten ter legitimering van die persoon. Naar het oordeel van de auteur bestaat er een fundamenteel verschil tussen waardering voor een politieke bondgenoot en het toekennen van heilige of historische rollen aan hem.
Een ander deel van deze analyse behandelt interpretaties over Irans plaats in de bijbel. De auteur is van mening dat sommige interpretaties zodanig worden gepresenteerd dat het lijkt alsof Iran een bijzondere en unieke missie in Gods plan heeft. Hij waarschuwt dat dergelijke standpunten kunnen leiden tot een soort religieus nationalisme waarin het lot van een natie gelijk wordt gesteld met de vervulling van Gods wil.
Tegelijk herinnert de auteur eraan dat christenen in Iran in de afgelopen decennia een belangrijke rol hebben gespeeld in het verdedigen van vrijheid, gerechtigheid en menselijke waardigheid en nog steeds een zware prijs betalen voor hun geloof. Volgens hem zitten tientallen christenen nog steeds vanwege hun religieuze overtuigingen in gevangenissen van de Islamitische Republiek.
Deze analyse benadrukt in de conclusie een kernprincipe: “Christenen kunnen betrokken zijn bij de toekomst van hun land, kunnen strijden voor gerechtigheid en mogen niet zwijgen tegenover onrecht, maar ze mogen niet toestaan dat loyaliteit aan een politieke stroming, een leider of een nationaal symbool hun christelijke identiteit vervangt.” Naar het oordeel van de auteur vervult de kerk haar missie alleen correct wanneer zij aantoont dat het kruis van Christus boven alle politieke, nationale en ideologische grenzen staat.




