Religies & Geloof

Amerikaans rapport over religieuze vrijheid zegt wat over Iran

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken publiceerde dinsdag een nieuw jaarlijks internationaal rapport over religieuze vrijheid. Het rapport stelt dat de situatie van religieuze vrijheid in de Islamitische Republiek Iran is verslechterd, zowel voor erkende religies als voor religies die de Islamitische Republiek niet officieel erkent.

Algemene situatie

Het rapport zegt dat de Iraanse regering discrimineert tegen haar burgers op basis van hun religie en overtuigingen, en dat alle wetten en regelgeving zijn gebaseerd op de normen van het sjiitische jafariëtische recht in de islam. In de Iraanse strafwet heeft moharebeh (oorlog voeren tegen God) een vage en onduidelijke definitie en wordt het meestal voor politieke doeleinden door de regering gebruikt.

Afval van het geloof wordt niet genoemd in de Iraanse strafwet, maar individuen worden nog steeds berecht onder de aanklacht van afval, omdat de grondwet stelt dat de sjaria van toepassing is op alles wat niet in de wet voorkomt. De speciale rapporteur van de VN over de mensenrechtensituatie in Iran en ook de secretaris-generaal van de VN hebben gezegd dat dergelijke misdrijven inherent vaag zijn en zeer ruim gedefinieerd, wat heeft geleid tot willekeurige interpretatie en handhaving ervan tegen verschillende personen.

Sinds de Revolutie van 1979 in Iran zijn veel leden van religieuze minderheden gearresteerd of ter dood gebracht, en velen zijn uit Iran gevlucht uit angst voor overheidsvervolging.

Irans situatie in 2017

In Iran is de situatie van religieuze vrijheid verslechterd, en met name bahai’s en personen die zich tot het christendom hebben bekeerd, hebben last gehad van overheidsvervolging.

Hassan Rohani, president van Iran, benoemde in augustus 2017 Shahindokht Molaverdi als zijn assistent voor burgerschapsrechten, maar de vervolging is voortgezet.

Tijdens de landelijke protesten afgelopen winter zei de voorzitter van de Revolutionaire Rechtbank van Teheran dat gearresteerde burgers mogelijk onder de aanklacht van moharebeh berecht zouden kunnen worden, wat de doodstraf tot gevolg heeft.

Over religieuze hervormers, stelt het rapport dat sjiïten die hervorming in hun geloof willen, met lange gevangenisstraffen en mogelijk zelfs met executie te maken hebben gehad.

Christelijke bekeerlingen en leiders van huiskerken zijn vanwege religieuze activiteiten geconfronteerd met straffen van minstens tien jaar gevangenisstraf, en hun situatie verslechtert steeds meer.

Het rapport zegt dat in een verontrustende nieuwe ontwikkeling een gekozen zoroastriër in de gemeenteraad van Yazd zijn raadslidmaatschap opgeschort zag worden, wat heeft geleid tot een nationaal debat over de beperking van de politieke rechten van religieuze minderheden in Iran.

Het rapport zegt dat terwijl de regering-Rohani heeft aangegeven dat zij schending van religieuze vrijheden wil aanpakken, dit onderwerp slechts bij belofte is gebleven en het aantal personen dat in Iran vanwege hun religieuze overtuigingen in de gevangenis zit, stijgt.

Het rapport beveelt aan dat Iran in 2018 opnieuw op de lijst van “landen van bijzonder belang” wordt geplaatst. Het rapport zegt dat Ayatollah Mohammad Kazem Kharazi die in 2006 werd gearresteerd, in januari 2017 en na fysieke en psychische mishandeling tijdens gevangenschap werd vrijgelaten, maar hij was praktisch huisarrest en werd herhaaldelijk opgeroepen en ondervraagd. Ook heeft de regering bezoekers bij hem verboden.

Het rapport zegt dat Iraanse soennieten in onderontwikkelde gebieden aanwezig zijn en bij werkgelegenheid of betrokkenheid bij politiek leiderschap tegen discriminatie aanlopen. Veel soennitische activisten hebben bericht over zeer grof overheidsgedrag vanwege religieuze activiteiten. Het rapport zegt dat minstens 140 soennitische gevangenen vanwege religieuze en ideologische activiteiten vastzitten. Volgens mensenrechtenorganisaties is de situatie van soennitische gedetineerden ook verslechterd sinds de aanval van de groep “Islamitische Staat” (ISIS) op Teheran in 2017. Soennitische verzoeken voor de bouw van een officiële moskee in Teheran zijn afgewezen en zij zijn beperkt tot het bidden in kleinere zalen onder de naam “gebedsruimte”.

In september 2017 wisselten Mullah Abdolhamid, een belangrijke soennitische leider, en Ayatollah Khamenei, leider van de Islamitische Republiek, brieven uit waarin de discriminatie tegen soennieten in werkgelegenheid en moskee-bouwen ter sprake kwam. Khamenei schreef dat dergelijke discriminatie in instellingen van de Islamitische Republiek verboden is. Echter, het jaarlijkse rapport van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zegt dat deze bewering van de leider van de Islamitische Republiek in duidelijke tegenspraak staat met de huidige werkelijkheid van soennitische gemeenschappen.

In 2017 zijn tientallen derwisjen in Iran gearresteerd en velen zijn tot gevangenschap, boetes en zweepslagen veroordeeld. De Iraanse televisie zendt regelmatig programma’s uit die derwisjen als demoniaal afbeelden. Veel managers van een populaire derwisj-website zitten gevangen onder beschuldigingen zoals lidmaatschap van een groep die de nationale veiligheid in gevaar brengt.

In december 2017 arresteerden veiligheidskrachten, toen de protesten uitbreidden, vijf derwisjen van Gonabadi die voor een bezoek aan de manager van de soefische website in het ziekenhuis waren.

De bevolking van bahai’s in Iran is meer dan 300.000 mensen, wat hen tot de grootste niet-islamitische minderheid in Iran maakt. Maar de regering heeft hen het etiket “afvallige sekte” gegeven en beschouwt bahai’s als ongelovig. Om deze reden ondergaan bahai’s meer dan enige andere religieuze minderheid in Iran ernstige overheidsvervolging; de regering erkent hen niet en heeft hen beroofd van hun politieke, economische, culturele en religieuze rechten. Ondanks de beloften van Hassan Rohani in 2013 om een einde te maken aan religieuze discriminatie, is de hoeveelheid propaganda tegen bahai’s via officiële kanalen van de Islamitische Republiek Iran toegenomen. Sinds 2014 hebben ongeveer 26.000 officiële of semi-officiële Iraanse kanalen media-propaganda tegen bahai’s uitgezonden.

In de afgelopen tien jaar zijn meer dan duizend bahai’s willekeurig gearresteerd. In april 2017 zei een VN-werkgroep dat lange straffen voor 24 bahai’s in Iran die in 2016 werden uitgevaardigd, louter vanwege de religieuze overtuigingen van bahai’s waren en beschreef dit als “schending van hun rechten als religieuze minderheid”.

In oktober, ter gelegenheid van de 200e verjaardag van de geboorte van de stichter van het bahai-geloof, arresteerde de regering ongeveer 20 bahai’s en viel binnen in huizen van 25 personen. Aan het einde van de genoemde periode zaten meer dan 90 bahai’s louter vanwege hun religieuze overtuigingen in gevangenissen.

Onder de gevangen bahai’s waren vier personen die deel uitmaakten van zeven vooraanstaande bahai-leiders die bekend staan als de “vrienden van Iran” of “Yaran”. Drie van deze personen, Mahvash Sabet, Fariba Kamalabadi en Behrouz Tavakkoli, kwamen in september, oktober en december 2017 vrij uit de gevangenis na het uitzitten van tienjarige straffen, straffen die waren gebaseerd op valse spionage- en propagandabeschuldigingen. Vier anderen, Jamal Khanjani, Afif Naeimi, Saeed Rezaie en Vahid Tizfahm zaten tot het einde van de genoemde periode in de gevangenis.

Twee bahai-docenten die in een bahai-onderwijsinstelling voor hoger onderwijs werkten en waren gearresteerd, kwamen in 2017 vrij uit de gevangenis na het uitzitten van vijf jaar gevangenisstraf. De Islamitische Republiek heeft de bahai-onderwijsinstelling als illegaal bestempeld. Maar vijf andere bahai-docenten zaten tot het einde van het jaar in de gevangenis en twee andere docenten werden in november en december 2017 opgeroepen om hun gevangenisperiode aan te vangen.

In april, juli en oktober 2017 sloten de autoriteiten van de Islamitische Republiek tientallen bahai-winkels omdat zij gesloten waren volgens de bahai-rituelen. De autoriteiten sloten enkele winkels tijdelijk, maar veel van de winkels die in 2016 gesloten waren, bleven tot het einde van 2017 gesloten ondanks juridische verzoeken om ze te heropenen. Sinds 2014 hebben autoriteiten meer dan 600 bahai-winkels gesloten. In november 2017 zei Shahindokht Molaverdi, assistent van de Iraanse president voor burgerrechten, dat de regering dit onderwerp juridisch volgt.

Hoewel overheidsambtenaren zeggen dat bahai’s in Iran vrij naar de universiteit kunnen gaan, is het beleid van de regering in feite het voorkomen dat bahai’s toegang krijgen tot hoger onderwijs. Sinds 2013 zijn meer dan 50 bahai-studenten in schooljaren uit universiteiten verwijderd ondanks goede cijfers.

In november 2017 schreven drie bahai-studenten een brief aan de regering en protesteerden zij dat zij werden belemmerd in hun universiteitsdeelname; elk van deze bahai-studenten werd tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld onder de beschuldiging van “lidmaatschap van de anti-regering bahai-sekte”.

In september 2016 werd Farhang Amiri, een bahai-burger, buiten zijn huis in Yazd met messteken van twee broers doodgeslagen. Deze twee bekenden later dat zij Farhang Amiri hadden gedood, omdat zij hem als ongelovig beschouwden en zijn dood hen zou garanderen het paradijs in te gaan. In juli 2017 werd de oudere broer veroordeeld tot 11 jaar gevangenisstraf en 2 jaar verbanning wegens moord, en de jongere broer tot 5,5 jaar gevangenisstraf.

In de wetgeving van de Islamitische Republiek wordt moord op een moslim bestraft met de doodstraf, maar moord op een bahai of volgelingen van andere religies die de regering niet erkent, resulteert in veel lichter straffen.

Christenen in Iran, leden van traditionele kerken staan onder streng overheidstoezicht en de bouw of renovatie van hun gebedshhuizen staat voor wettelijke beperkingen. Maar de regering onderdrukt evangelische christenen en degenen die zich tot het christendom hebben bekeerd, bijzonder streng. Christelijke predikers en geestelijken van huiskerken worden meestal vervolgd onder ongegronde beschuldigingen met betrekking tot nationale veiligheid, afval van het geloof of illegale huiskerken. De regering verspreidt ook bijzonder veel propaganda tegen hen over heel Iran via online platforms en media. Hoewel Iraanse autoriteiten al decennia lang inbraken plegen in huiskerken en honderden christenen bij aanbidding en kerkleiders arresteren, hebben zij de straffen daarvoor in recente jaren verhoogd.

In mei 2017 werden vier evangelische christenen, van wie drie burgers van Azerbeidzjan waren, elk tot 10 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens activiteiten met betrekking tot evangelisch christendom en huiskerk.

Een maand later werd dominee Youssef Nadarkhani, die eerder een gevangenisstrof voor afval had uitgezeten, samen met drie anderen berecht wegens hun activiteiten in een huiskerk. Elk van deze vier christenen werd tot 10 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Nadarkhani ontving ook een straf van 2 jaar verbanningsstraf.

In juli 2017 werden Victor Bet Tamraz, dominee van de Assyrische pinksterkerk, samen met drie anderen van zijn medechristenen berecht en elk veroordeeld tot 10 tot 15 jaar gevangenisstraf.

In december werden twee leden van de “Kerk van Iran” elk tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld op valse veiligheidsgronden. Zij werden in 2012 aanvankelijk gearresteerd bij een inval van veiligheidskrachten op een christelijk gebedsbijeenkomst.

In augustus 2017 werd Maryam Naghash Zargaran, een christelijke bekeerling, na het uitzitten van een straf van vier jaar uit de gevangenis vrijgelaten. Maar terwijl zij de gevangenis verliet, werd zij veroordeeld tot betaling van 50 miljoen toman boete onder beschuldiging van beleidiging van ziekenhuispersoneel in de gevangenis. Het is gerapporteerd dat zij ook na vrijlating met een reisverbod van 6 maanden is geconfronteerd.

Het rapport over religieuze vrijheid van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zegt dat de Islamitische Republiek in 2017 propaganda voerde tegen de Joodse gemeenschap omdat zij dicht bij Israël staan of naar wordt aangenomen dicht bij Israël staan, hoewel deze propaganda niet zo intens was als in voorgaande jaren. Hoge geestelijken zetten antisemitische taal in moskeeën voort en de Iraanse staatstelefoon zond ook meerdere programma’s tegen joden uit.

In december 2017 werden twee synagogen van joden in de stad Shiraz aangevallen en heilige teksten vernield. Discriminatie tegen de Iraanse Joodse gemeenschap van 15.000 tot 20.000 personen heeft een bedreigende sfeer voor hen geschapen.

In de afgelopen jaren hebben leden van de zoroastriërs gemeenschap, waarvan de bevolking tussen de 30.000 en 35.000 wordt geschat, ook meer druk en discriminatie ondergaan. Na de gemeenteraadsverkiezingen in mei 2017 nam de druk op zoroastriërs toe en het lidmaatschap van een zoroastriër burger in de gemeenteraad van Yazd werd op bevel van de Raad van Toezicht en op basis van uitspraken van Ayatollah Ahmad Jannati, dat niet-moslims niet kandidaat kunnen zijn in steden waar de meerderheid moslim is, opgeschort. Het Iraanse parlement stemde in 2017 in met een resolutie die specifiek bevestigde dat religieuze minderheden positie kunnen bekleden, maar de Raad van Toezicht verwierp deze resolutie en het debat daarover werd naar 2018 uitgesteld.

Hoewel de Iraanse regering volgelingen van de religie Yarsan (Ahl-e Haq) als sjiïeten beschouwt, voert zij brede discriminatie tegen hen uit op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid en deelname aan verkiezingen. Hun bevolking wordt geschat op meer dan 1 miljoen.

In de verkiezingen van mei 2017 werden van de 30 Yarsan-kandidaten die deelnamen aan de gemeenteraadsverkiezingen in Hashtgerd, 28 personen geweigerd. Een maand later vroegen zij in een brief aan Hassan Rohani hem om duidelijkheid te geven over hun status onder de grondwet, maar zoals vorige brieven ontvingen zij geen antwoord.

Tot het einde van 2017 zat Mohammad Ali Taheri, universiteitsprofessor en stichter van een spirituele beweging genaamd Erfan Circle, nog steeds in de gevangenis na 5 jaar gevangenisstraf. Tientallen van zijn volgelingen werden ook in juli en augustus 2017 gearresteerd en mensenrechtenorganisaties schatten dat meer dan 300 personen sinds 2010 zijn gearresteerd. Velen van hen werden na een ondervragingsperiode vrijgelaten.

De Islamitische Republiek heeft in de afgelopen jaren een aantal advocaten die bahai’s en christenen in rechtszaken hebben verdedigd, gevangengezet of zij zijn uit het land gevlucht.

Golrokh Ebrahimi Irayi, schrijver en mensenrechtenactivist die in 2016 onder beschuldiging van het schrijven van een onuitgegeven verhaal, onder de titel “belediging van heilige zaken”, was veroordeeld, werd in februari 2017 voor enige tijd uit de gevangenis vrijgelaten maar werd snel opnieuw gearresteerd onder beschuldiging van niet op tijd naar de gevangenis teruggekeerd te zijn. Zij zat tot het einde van de rapportageperiode in Evin-gevangenis.

In oktober 2017 werd een dichter en mensenrechtenactivist genaamd Reza Akbari tot drie jaar gevangenisstraf en veertig zweepslagen veroordeeld onder de beschuldiging van belediging van de Twaalf Imam in zijn gedichten.

De regering van de Islamitische Republiek controleert en censureert strikt de vrijheid van meningsuiting in aangelegenheden met betrekking tot religieuze overtuigingen.

Gedurende 2017 werden veel jongeren veroordeeld voor belediging van heilige zaken in cyberspace.

In februari 2017 veroordeelden rechtbanken in Iran Sina Dehghan en Mohammad Nouri ter dood wegens publicatie van anti-islamitische inhoud op sociale media.

In april werden drie jonge mannen elk tot 12 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens politieke ideologie en publicatie van hun religieuze opvattingen op het sociale mediaplatform Telegram.

In juni datzelfde jaar maakten Iraanse autoriteiten bekend dat zij met Telegram overeenstemming hadden bereikt over het blokkeren van “anti-religieuze” inhoud.

Volgens meerdere rapporten hebben leiders van religieuze minderheden, vooral bahai’s, te lijden gehad onder aanvallen van haackers die de regering steunen.

Wat vrouwen betreft, heeft de Iraanse strafwet de voorwaarden voor bescherming tegen geweld tegen vrouwen verslechterd, inclusief eerwraak-moorden. De bloeprijs voor moord op een moslimvrouw is de helft van de bloeprijs voor een moslimman. Volgens deze wet heeft moord op een vrouw door haar vader of grootvader van vaderszijde een lichtere straf.

De autoriteiten van de Islamitische Republiek blijven ook streng vrouwenkleding handhaven; ongeacht welke overtuiging of religie vrouwen hebben, zij moeten van hoofd tot voeten bedekt zijn of gezicht gevangenis en boetes.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken veroordeelde in 2017 herhaaldelijk schending van mensenrechten en religieuze vrijheid in Iran.

 

Bron: Voice of America

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security