Datum en rechtbank voor hoger beroep van drie christelijke gelovigen in Rasht bepaald

Nieuwsagentschap Hrana – De hoger-beroeprechtszitting van Ahmad (Yohanna) Sarpardast, Ayoub (Farzin) Pourrazadeh en Morteza Hajab Mashhod Kari, drie christelijke gelovigen wonende in Rasht, zal plaatsvinden op maandag 22 mei in afdeling 18 van het hof van beroep van de provincie Gilan. Deze burgers waren eerder in de eerste instantie elk tot vijf jaar en één dag gevangenisstraf en een geldboete veroordeeld.
Volgens het nieuwsagentschap Hrana, het persorgaan van de groep mensenrechtenactivisten in Iran, is het moment en de rechtbank van de hoger-beroeprechtszitting van Ahmad (Yohanna) Sarpardast, Ayoub (Farzin) Pourrazadeh en Morteza Hajab Mashhod Kari bepaald.
Op basis van een onlangs uitgevaardigde kennisgeving die aan Iman Soleimani, de advocaat van deze personen, is betekend, zal de hoger-beroeprechtszitting van deze drie christelijke gelovigen plaatsvinden om 10:00 uur ’s ochtends op maandag 22 mei in afdeling 18 van het hof van beroep van de provincie Gilan.
Ahmad (Yohanna) Sarpardast, Ayoub (Farzin) Pourrazadeh en Morteza Hajab Mashhod Kari werden in april van dit jaar door de revolutionaire rechtbank van Rasht veroordeeld wegens verschillende aanklagten, waaronder “het oprichten van huiskerken, propaganda tegen het regime, contact met zionistische evangelicale agenten en affiliatie met de Baha’i-sekte buiten het land”. Elk werd tot vijf jaar en één dag gevangenisstraf en betaling van 180 miljoen rial geldboete veroordeeld op basis van artikel 500bis.
Eerder had Iman Soleimani, de advocaat van deze burgers, tegen Hrana gezegd over het vonnis van de revolutionaire rechtbank van Rasht: “De behandeling van deze zaak volgde een onwettig traject met druk van handhavingsambtenaren en beinvloeding van de rechter met het oogmerk om een veroordeling van de cliënten tot stand te brengen, terwijl volgens de inhoud van het dossier de cliënten niet alleen geen misdaad hebben begaan waarvoor zij volgens artikel 500bis zouden moeten worden gestraft, maar ook slachtoffer zijn geworden van onrecht op basis van het beginsel van vrijheid van geweten en het verbod op gedachtenonderzoek en beperkende interpretatie van strafwetgeving, en hen in een eerlijke rechtszaak zeker niet zouden worden veroordeeld.”
In november 2021 was de zaak van Ahmad (Yohanna) Sarpardast, Ayoub (Farzin) Pourrazadeh en Morteza Hajab Mashhod Kari naar de revolutionaire rechtbank van deze stad verwezen.
Ahmad (Yohanna) Sarpardast, Ayoub (Farzin) Pourrazadeh en Morteza Hajab Mashhod Kari werden op 5 september 2021 door beveiligingsmedewerkers in Rasht gearresteerd. Ahmad (Yohanna) Sarpardast en Morteza Hajab Mashhod Kari meldden zaterdag 18 september van hetzelfde jaar via een telefoongesprek met hun familie hun overbrenging naar Lakan-gevangenis in Rasht en werden uiteindelijk op 22 september 2021 met onderpand van 400 miljoen toman voorlopig en tot het einde van de gerechtelijke procedures uit die gevangenis vrijgelaten. Meneer Pourrazadeh werd ook in oktober 2021 met onderpand van 400 miljoen toman vrijgelaten.
Naar verluidt zijn familieleden van deze burgers bedreigd door leden van de inlichtingendienst van de Revolutionaire Garde met betrekking tot informatieverspreiding over de situatie van hun dierbaren. Bovendien werden één van hun familieleden en andere leden van deze huiskerk opgeroepen en ondervraagd door de inlichtingendienst van de Revolutionaire Garde in Rasht.
Ahmad (Yohanna) Sarpardast is 25 jaar oud, Ayoub (Farzin) Pourrazadeh is 28 jaar oud en Morteza Hajab Mashhod Kari is 38 jaar oud. Zij zijn christelijke gelovigen en burgers van Rasht.
Het zij opgemerkt dat hoewel christenen volgens de wet als religieuze minderheid zijn erkend, toch volgen beveiligingsinstanties het vraagstuk van moslims die zich tot het christendom bekeren met bijzondere gevoeligheid en gaan zij hardhandig om met activisten op dit gebied.
De behandeling van christelijke gelovigen in Iran vindt plaats terwijl volgens artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten iedereen het recht heeft op vrijheid van godsdienst en verandering van godsdienst met overtuiging, alsmede de vrijheid dit te uiten individueel of collectief en openlijk of verborgen.
Bron: Hrana




