Uncategorized

Doodvonnis tegen Mohammad Amini-Dehagani, deelnemer aan protesten in december, voltrokken

De terechtstelling van Mohammad Amini-Dehagani getuigt ervan dat de slachting van tegenstanders in de Islamitische Republiek niet is geëindigd met het einde van de straatprotesten. Degenen die de bloedige onderdrukking van december hebben overleefd, maar vast zitten, worden vandaag in de gevangenis ter dood gebracht door doodvonnissen; een bewijs dat de onderdrakkingsmachine van de regering zonder onderbreking slachtoffers eist.

De terechtstelling van Mohammad Amini-Dehagani, een van de gearresteerden uit de landelijke protesten van december 1404, heeft opnieuw de aandacht gevestigd op het toenemende proces van uitvaardiging en tenuitvoerlegging van doodvonnissen tegen tegenstanders in Iran. De officiële media van de gerechtelijke macht van de Islamitische Republiek maakte woensdag 24 Tir 1405 (15 juli 2026) bekend dat het doodvonnis van deze burger uit Dehagan in de provincie Isfahan is voltrokken. Volgens de gerechtelijke autoriteiten was hij ter dood veroordeeld omdat hij tijdens de protesten een overheidsgebouw in brand had gestoken en openbare eigendommen had verwoest.

Wat deze zaak echter tot een verontrustend voorbeeld maakt, is de volledige stilte omtrent het proces van arrestatie en behandeling van zijn zaak. Voordat het bericht over de tenuitvoerlegging van het vonnis werd gepubliceerd, was er geen officiële of onafhankelijke informatieverschaffing over het moment van arrestatie, de plaats van detentie, de zittingen van de rechtbank of de juridische status van Mohammad Amini-Dehagani. Dit heeft de zorgen over zijn beroving van basisrechten, waaronder toegang tot onafhankelijke juridische bijstand en het recht op een eerlijk proces, vergroten.

Mensenrechtenorganisatie Hengaw veroordeelde deze terechtstelling en noemde het een “georganiseerde juridische misdaad”, stellende dat de clandestiene tenuitvoerlegging van doodvonnissen tegen tegenstanders deel uitmaakt van het beleid van de Islamitische Republiek om het verzet het zwijgen op te leggen. Deze organisatie riep de internationale gemeenschap ook op om meer effectieve en onmiddellijke maatregelen te nemen om het toenemende proces van terechtstellingen in Iran tot stilstand te brengen.

De terechtstelling van Mohammad Amini-Dehagani vindt plaats onder omstandigheden waarin mensenrechtenorganisaties de afgelopen maanden herhaaldelijk hebben gewaarschuwd voor de toename van doodvonnissen tegen gearresteerden uit de protesten. Veel van deze zaken zijn gebaseerd op beschuldigingen zoals “mohareb” of “fasad fil-arz”; beschuldigingen die volgens mensenrechtenactivisten meestal worden behandeld op grond van rapporten van veiligheidsinstellingen en zonder naleving van de normen van een eerlijk proces.

De zaak van Mohammad Amini-Dehagani herinnert ons aan de bittere werkelijkheid dat de onderdrukking door de Islamitische Republiek niet beperkt bleef tot de dagen waarop veiligheidstroepen in de straten op tegenstanders schoten. Velen van de gearresteerden die die onderdrukking hebben overleefd, worden nu in de gevangenis geconfronteerd met zware straffen en doodvonnissen. Op deze manier is de onderdrkkingscyclus niet gestopt en niet beëindigd, maar heeft deze zich verplaatst van de straten naar isolatiercellen, revolutionaire rechtbanken en galgekamers.

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security