Mensenrechten

Het stilzwijgen van internationale mensenrechtenorganisaties stelt zes politieke gevangenen in Iran bloot aan verdere ‘opzettelijke misdaden’

Woensdag 1 maart 2022 – De voortdurende behandeling van politieke gevangenen en maatschappelijke activisten die medische zorg en verzorging nodig hebben door de autoriteiten, variërend van opzettelijke weigering van medisch verlof tot ontzegging van toegang tot medicijnen en medische diensten, vormt een voorbode voor herhaling van ‘opzettelijke misdaden’.

De verslechtering van de fysieke toestand en gezondheid van Sohila Hijab, Sepideh Gholeyan, Zeinab Jalalian, Arsham Rezaei en Abbas Vahedian Shahrudi in de afgelopen dagen heeft het leven van deze opgesloten politieke en maatschappelijke activisten in groot gevaar gebracht. De voortzetting van dergelijke behandeling door de justitiële autoriteiten tegenover politieke en gewetensgevangenen is een duidelijk voorbeeld van het systematische gedrag en beleid van de Islamitische Republiek Iran tegenover politieke en gewetensgevangenen en hun onderdrukking. De vrees bestaat dat de tragedie van ‘moord’ op Baktash Abtin, dichter en filmmaker opgesloten in Evin-gevangenis, zal worden herhaald als de huidige omstandigheden voor deze zieke politieke gevangenen die onmiddellijke medische aandacht nodig hebben, voortduren.

Hadi Ghahemi, directeur van de Campaign for Human Rights in Iran, verwees naar de politieke en gewetensgevangenen van wie de autoriteiten opzettelijk de toegang tot medische zorg hebben ontzegd en zei: “Deze mensen, die elk de stem vertegenwoordigen van een groot aantal stemloze groepen in de Iraanse samenleving, worden opgeofferd in dit onrechtvaardig rechtsstelsel en de daaraan gekoppelde veiligheidstructuur. Dit onderstreept de noodzaak dat internationale instanties en organisaties aandacht aan hen schenken en de gezondheidssituatie van deze gevangenen opvolgen.”

Volgens Hadi Ghahemi “ligt de verantwoordelijkheid voor het leven van zieke politieke gevangenen die medische zorg en verzorging nodig hebben rechtstreeks bij de Iraanse regering, en dienen de justitiële autoriteiten zonder gevolg te geven aan de onmenselijke verlangens van de veiligheidsdiensten onmiddellijk maatregelen te treffen voor de vrijlating van deze gevangenen.”

De Campaign for Human Rights in Iran beschouwt het gedrag van de autoriteiten en de uitoefening van druk op politieke en gewetensgevangenen, variërend van opzettelijke weigering van medisch verlof door justitiële autoriteiten tot opzettelijke vertraging van medische zorg, als een volledige uitvoering van het plan en de voorbereiding van de criminele daad ‘moord’, waarbij alle middelen worden ingezet. De Campaign for Human Rights in Iran roept de verantwoordelijke internationale instanties op het gebied van mensenrechten en ook de speciale rapporteur van de Verenigde Naties over de mensenrechthensituatie in Iran op om het gedrag van de justitiële autoriteiten tegenover politieke gevangenen die medische en therapeutische diensten nodig hebben, te veroordelen en de regering te dwingen het proces van geleidelijke moord op politieke en gewetensgevangenen stop te zetten. Het stilzwijgen van de internationale gemeenschap over de onmenselijke en onrechtvaardig behandeling van politieke en gewetensgevangenen die medische zorg nodig hebben, is wat de regering van de Islamitische Republiek Iran wenst en opent de deur voor voortzetting van druk op gevangenen en herhaling van verdere opzettelijke misdaden.

 

Bezorgdheid over verslechtering van toestand van meerdere politieke en gewetensgevangenen

In de afgelopen dagen zijn berichten verschenen over ziekte en verslechtering van de toestand van meerdere politieke en gewetensgevangenen in Iran. Op donderdag 24 februari 2022 werd Sohila Hijab, politieke gevangene, vanuit de vrouwenafdeling van het Correctioneel Centrum in Kermanshah naar het ziekenhuis overgebracht vanwege verslechtering van haar toestand. Eerder was mevrouw Hijab in de gevangenis van Kermanshah met corona besmet geraakt, maar vanwege ‘geen gespecialiseerde arts’ en ‘sluiting van medische diensten’ was haar behandeling stilgelegd. Op zaterdag 26 februari werd Abbas Vahedian Shahrudi, leraar en maatschappelijk activist opgesloten in de gevangenis van Mashhad, vanwege slechte fysieke toestand naar het ziekenhuis overgebracht, maar slechts enkele uren later, ondanks ziekte en onvoltooide behandeling, werd hij door veiligheidsfunctionarissen naar het politiebureau teruggebracht. Terwijl Vahedian Shahrudi in het ziekenhuis was, beletten veiligheidsfunctionarissen en beveiliging hem contact met zijn familie. Op zondag 27 februari verslechterde de fysieke toestand van Arsham (Mahmoud) Rezaei, maatschappelijk activist opgesloten in de gevangenis van Rajaii Shahr in Karaj, op de eenentwintigste dag van zijn hongerstaking. Arsham Rezaei is in hongerstaking gegaan en weigert medicijnen in protest tegen gebrek aan medische zorg en weigering van medisch verlof. Op maandag 28 februari werden berichten verspreid dat de fysieke toestand van Sepideh Gholeyan, maatschappelijk activist opgesloten in de gevangenis van Bushehr, verslechterd was na besmetting met corona. Ondanks grote bezorgdheid over de fysieke toestand van mevrouw Gholeyan en herhaalde pogingen van haar familie, werd verlof niet verleend. Ook op dinsdag 1 maart verschenen berichten over verslechtering van de fysieke toestand van Zeinab Jalalian, politieke gevangene veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Zeinab Jalalian zit al veertien jaar in de gevangenis zonder ook maar een dag verlof en is ondanks meerdere ziekten ook van het recht op behandeling beroofd.

Dit terwijl een blik op het dossier van deze gevangenen en hun gerechtelijk proces toont in welke mate de uitspraak van lange gevangenisstraffen tegen politieke en gewetensgevangenen ongegrond is geweest en onder invloed van en op bevel van de veiligheidsdiensten.

Naast deze zaken tonen de ontvoering van Hossein Ronaghi, maatschappelijk activist, en de uitoefening van veiligheidsdruk op hem en zijn familie, inclusief enkele dagen zonder enig bericht en onzekerheid over de detentieplaats en belemmering van zijn vrijlating, aan dat de veiligheidsdiensten zich vrij bewegen in hun omgang met civiele, politieke en gewetensactivisten. De arrestatie (ontvoering) van Hossein Ronaghi vond plaats terwijl deze maatschappelijk activist met talrijke fysieke problemen te kampen heeft en om deze reden zou hij volgens artikel 502 van het Wetboek van Strafvordering eigenlijk geen gevangenissstraf mogen ondergaan. Desondanks is hij sinds zijn arrestatie in hongerstaking gegaan als protest tegen deze illegale maatregel. Hossein Ronaghi werd gearresteerd vanwege zijn kritiek op het plan om internettoegang te beperken (in Iran bekend als het ‘Hefz-plan’). Ronaghi had op zijn Twitterpagina geschreven: “Als je de waarheid over het Hefz-plan en internetcensuur niet kunt schrijven, zaai dan geen zand over de waarheid.” Ronaghi had benadrukt dat “het Hefz-plan een systeembesluit was gebaseerd op het standpunt en de wensen van de leider van de Islamitische Republiek Iran.”

Bron: Campaign for Human Rights in Iran

Gerelateerde artikelen

Terug naar bovenkant pagina knop
Beschermd Door
Shield Security