Trump verlengde de “nationale noodtoestand” tegen Iran met nog een jaar

Donald Trump, de president van de Verenigde Staten, verlengde de “nationale noodtoestand” tegen Iran voor nog een jaar door opnieuw een decreet aan het Congres van zijn land in te dienen.
Bij deze verlenging van het decreet is gesteld dat de betrekkingen tussen Washington en Teheran nog niet zijn genormaliseerd, en het proces van uitvoering van de overeenkomsten van 19 januari 1981 met Iran blijft voortduren.
Dit decreet werd op 12 november opnieuw verlengd en zal vanaf 14 november wederom van kracht zijn.
In een verklaring op de website van het Witte Huis heeft meneer Trump benadrukt dat het nodig is dat de nationale noodtoestand in het uitvoeringsdecreet 12170 over Iran voortduurt.
De verlenging van deze toestand betekent het voortzetten van het gebruikelijke beleid vanaf de uitvaardiging van decreet 12170 in de tijd van Jimmy Carter, voormalig president van de Verenigde Staten, tot op heden.
Jimmy Carter ondertekende decreet 12170 en stelde sancties tegen Iran in naar aanleiding van de aanval door studenten van de groep bekend als de “Lijn van de Imam” op de Amerikaanse ambassade in Teheran in november 1979, de inname van deze ambassade en de gijzeling van het personeel.
Op 19 januari 1981 werd tussen Iran en Amerika in Algiers een overeenkomst bereikt die tot doel had een einde te maken aan de crisis voortvloeiend uit de gijzeling van het ambassadepersoneel in Teheran. Het ambassadepersoneel werd na 444 dagen gevangenschap vrijgelaten en keerde naar hun land terug.
In 1995 en tijdens het presidentschap van Bill Clinton werd ook uitvoeringsdecreet 12957 tegen Iran ingevoerd.
Meneer Clinton verbood in het oorspronkelijke sanctiedecreet tegen Teheran Amerikaanse commerciële samenwerking in de Iraanse olie- en gasindustrie, en twee maanden later breidde hij dit uit tot alle vormen van handel met Iran.
In de afgelopen jaren hebben andere Amerikaanse presidenten het decreet “nationale noodtoestand” over Iran telkens voor nog een jaar verlengd.
Bron: Radio Farda




