Verklaring van meer dan honderd Iraanse activisten: Het Iraanse volk mag niet tussen buitenlandse oorlog en binnenlandse onderdrukking kiezen

Meer dan honderd voormalige politieke gevangenen, mensenrechtenactivisten, schrijvers, journalisten, academici en maatschappelijke activisten in Iran en buiten het land hebben via een gezamenlijke verklaring aangekondigd dat het Iraanse volk niet gedwongen mag worden te kiezen tussen enerzijds militaire aanslagen en buitenlandse economische druk en anderzijds regeringsonderdrukking. De verklaring, die in steun van een recent schrijven van The Guardian over Iraanse politieke gevangenen is gepubliceerd, benadrukt het stopzetten van terechtstellingen, de vrijlating van politieke gevangenen en een einde aan oorlog en collectieve straf van het Iraanse volk.
Deze verklaring is een reactie op een brief die op 20 augustus 2026 in The Guardian werd gepubliceerd onder de titel “Een brief aan Iraanse politieke gevangenen, gevangen tussen twee snijvlakken van een schaar”. In die brief spraken meer dan twintig academische figuren, schrijvers, politieke activisten en voormalige politieke gevangenen hun bezorgdheid uit over de situatie van gevangenen in Iran en veroordeelden tegelijkertijd zowel de onderdrukking door de Islamitische Republiek als militaire aanslagen van Amerika en Israël tegen Iran.
De auteurs van de Guardian-brief stelden dat Iraanse politieke gevangenen in een situatie verkeren waarin zij enerzijds geconfronteerd worden met gevangenisstraf, marteling, terechtstelling en regeringsonderdrukking, en anderzijds oorlog en buitenlandse aanslagen het leven van hen en andere Iraanse burgers bedreigen. Zij pleiten voor het stopzetten van terechtstellingen, de vrijlating van politieke gevangenen en een einde aan oorlog en sancties van Amerika en Israël.
Het gebruik van de metafoor “twee snijvlakken van een schaar” werd echter snel een bron van verschil en kritiek. Critici waren van mening dat deze uitdrukking mogelijk een zekere politieke of morele gelijkwaardigheid zou kunnen creëren tussen de onderdrukking door de Islamitische Republiek en buitenlandse aanslagen. Aan de andere kant stelden aanhangers van de brief dat het doel van deze uitdrukking niet was de betrokken partijen gelijk te stellen, maar de situatie van mensen te beschrijven die tegelijkertijd de gevolgen van twee vormen van geweld ervaren.
De nieuwe verklaring voert op dit exact punt in en tracht de grens tussen “gelijktijdig veroordelen van twee vormen van geweld” en “ze als gelijkwaardig behandelen” te verduidelijken.
De ondertekenaren stellen duidelijk: “Het Iraanse volk mag niet gedwongen worden tussen een buitenlandse militair-economische agressie en staatsonderdrukking te kiezen.”
Zij hebben ook geschreven over de kritiek op de metafoor “twee snijvlakken van een schaar”: “Het gebruik van de metafoor ’twee snijvlakken van een schaar’ voor het beschrijven van de penibele situatie waarin Iraniers tegelijkertijd met oorlog en regeringsonderdrukking worden geconfronteerd, betekent niet dat deze twee moreel of politiek gelijkwaardig worden geacht.”
De verklaring benadrukt vervolgens dat het veroordelen van verschillende vormen van geweld niet noodzakelijk betekent dat de oorsprong, aard of doeleinden ervan gelijk zijn. In dit kader hebben de ondertekenaren een lijst opgesteld van gevallen die zij als voorbeelden van binnenlandse onderdrukking beschouwen; van terechtstelling en gevangenzetting van tegenstanders tot gedwongen sluier, censuur, beperkingen van het maatschappelijk middenveld en druk op etnische en religieuze minderheden.
In een ander deel van de verklaring staat: “De geschiedenis van Iran is getuigenis van verschillende vormen van buitenlandse bemoeienis – de geschiedenis van Iran is ook getuigenis van staatsonderdrukking, voor en na de revolutie van 1979 – onder meer onderdrukking van politieke gevangenen, terechtstelling, gedwongen sluier als vorm van geslachtsgerelateerde apartheid, censuur, onderdrukking van het maatschappelijk middenveld, religieuze minderheden en de uitoefening van gestructureerde heerschappij over Koerden, Beloetsjen, Arabieren en Turkmenen in Iran. Rechtvaardigheid, vrijheid en democratie mogen niet in de naam van de ‘antiimperialistische weerstand’ van de Islamitische Republiek tegen buitenlandse vijanden uitgesteld of opgeofferd worden.”
De ondertekenaren hebben ook benadrukt dat een regering tegelijkertijd doelwit van buitenlandse aanvallen kan zijn en binnenlands haar eigen burgers kan blijven onderdrukken; naar hun mening mag het aanvaarden van een van deze werkelijkheden niet tot gevolg hebben dat de ander wordt genegeerd.
Dit debat is in het Iraanse publieke domein en onder politieke en mensenrechtenactivisten, vooral na de publicatie van de Guardian-brief, een ernstig geschil geworden. Sommige critici stellen dat het vergelijken van beide situaties het onderscheid tussen de verantwoordelijkheid van de Iraanse regering voor binnenlandse onderdrukking en de verantwoordelijkheid van buitenlandse mogendheden voor militaire operaties kan verzwakken. Aan de andere kant stellen verdedigers van de brief dat hun vertrekpunt de situatie van de slachtoffers is, niet een vergelijking van macht of politieke verantwoordelijkheid van regeringen.
Sommige analyses die na de Guardian-brief zijn gepubliceerd, herinneren er ook aan dat de metafoor “twee snijvlakken van een schaar” al vóór de publicatie van deze brief onder politieke gevangenen en hun families werd gebruikt. “Farah Mokhtarizadeh” verwijst in een analyse van dit debat naar een schrijven van “Keyvan Mehkadi”, voormalige arbeidsactivist en politieke gevangene, na de aanval op Evin-gevangenis, waar hij zijn bezorgdheid uitsprak over gevangenen die “tussen twee snijvlakken van een schaar” gevangen zaten. Ook “Siamak Namazi”, voormalige politieke gevangene, rapporteerde het gebruik van dezelfde uitdrukking om de situatie van gevangenen tijdens de aanslagen te beschrijven.
Aan de andere kant werd de publicatie van de Guardian-brief niet alleen met steun ontvangen, en kritische reacties ontstonden ook onder politieke en maatschappelijke stromingen. Sommige critici stelden specifiek dat het plaatsen van de Islamitische Republiek aan de ene zijde van de schaar en Amerika en Israël aan de andere kant conceptueel tot een soort “valse symmetrie” zou kunnen leiden. Tegen deze kritiek hebben verdedigers van de brief benadrukt dat de tekst niet bedoeld was macht, geschiedenis of verantwoordelijkheid van deze actoren te vergelijken, en dat de focus op de situatie van Iraanse gevangenen en burgers lag.
De nieuwe verklaring gaat ook verder dan theoretische discussie over de schaarmetafoor en spreekt over specifieke eisen. De ondertekenaren eisen onmiddellijke stopzetting van terechtstellingen, vrijlating van alle politieke gevangenen, einde van de oorlog en voorkoming van collectieve straf van het Iraanse volk. De steunverklaring voor de Guardian-brief plaats deze eisen centraal en roept de internationale maatschappij op om politieke gevangenen in Iran te steunen.
Onder de ondertekenaren van de nieuwe verklaring bevinden zich namen als “Saeed Madani”, “Mohammad Habibi”, “Mohammad Reza Nikfar”, “Nasim Khaksaar”, “Ali Banuazizi”, “Touraj Atabaki”, “Mansoureh Behkish”, “Nahid Taghavi”, “Nirou Towhidi”, “Reza Khandan”, “Atena Daemi”, “Faraj Sarkouhi”, “Parastoo Forouhar” en “Kazem Alamdari”.
Het belang van deze verklaring ligt niet alleen in het aantal ondertekenaren; het ligt in de poging een dualistische positie uit te stippelen: volgens de ondertekenaren mag verzet tegen buitenlandse oorlog niet als steun voor binnenlandse onderdrukking worden uitgelegd, en verzet tegen de onderdrukking door de Islamitische Republiek mag evenmin meebrengen dat buitenlandse militaire aanslagen worden ondersteund.
Uiteindelijk hebben de ondertekenaren geprobeerd het debat van een keuze tussen beide zijden terug te brengen naar de situatie van mensen die midden in deze crisis zijn beland. Hun hoofdboodschap is dat vrijheid, rechtvaardigheid en mensenrechten niet vanwege oorlog of de bewering tegen een buitenlandse vijand op te treden naar een onbekende toekomst uit moeten worden gesteld; net zoals verzet tegen een buitenlandse aanval niet mag leiden tot het negeren van onderdrukking en schendingen van rechten van burgers in Iran.




