Niemand spreekt over etnische zuivering van Palestijnse christenen – Ramzi Baroud – vertaling: Hatef Rahmani

De Palestijnse christelijke bevolking krimpt in een alarmerend tempo. De oudste christelijke gemeenschap ter wereld verlaat het gebied. En de reden daarvoor is Israël.
Tijdens de conferentie van 15 oktober in Johannesburg waarschuwden christelijke leiders van Palestina tot Zuid-Afrika voor deze situatie. Het conferentieonderwerp was “Het Heilige Land: perspectief van Palestijnse christenen”.
Het centrale thema dat tijdens de conferentie naar voren kwam, was de snelle afname van het aantal Palestijnse christenen in Palestina.
Er bestaan verschillende schattingen over hoeveel Palestijnse christenen tegenwoordig nog in Palestina leven, vergeleken met vóór 1948, toen de staat Israël werd opgericht boven Palestijnse steden en dorpen. Ongeacht de verschillende onderzoeksbronnen, bestaat er een brede consensus dat het aantal Palestijnse christelijke inwooners in de afgelopen 70 jaar met bijna een factor tien is afgenomen.
Een bevolkingstellingen uitgevoerd door het Palestijnse Bureau voor Statistiek in 2017 toonde aan dat 47.000 Palestijnse christenen – verwijzend naar de bezette Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en de Gazastrook – in Palestina leven. 98 procent van de Palestijnse christenen leeft op de Westelijke Jordaanoever – vooral geconcentreerd in de steden Ramallah, Bethlehem en Jeruzalem – terwijl de resterende kleine christelijke gemeenschap van slechts 1.100 mensen in de belegerde Gazastrook woont.
De bevolkingskrisis die tientallen jaren geleden de christelijke gemeenschap trof, komt nu tot volle uitdrukking.
Als voorbeeld: 70 jaar geleden was Bethlehem, de geboorteplaats van Christus, voor 86 procent christelijk. De bevolkingssituatie van de stad is echter ingrijpend veranderd, vooral na Israëls bezetting van de Westelijke Jordaanoever in 1967 en de bouw van de illegale apartheidswal, die in 2002 begon. Delen van de muur waren bedoeld om Bethlehem van Jeruzalem af te scheiden en de bewoners van de rest van de Westelijke Jordaanoever te isoleren.
De organisatie “Bethlehem Open” beschreef het verwoestende effect van de muur op de Palestijnse stad: “De muur omgeeft Bethlehem in het verlengde van Zuid-Oost-Jeruzalem, zowel aan de oost- als aan de westkant. Het door de muur afgesneden land werd geannexeerd door nederzettingen en afgesloten onder verschillende voorwendselen; slechts 13 procent van het Bethlehem-gebied is toegankelijk voor Palestijnse gebruik.”
Veel Palestijnse christenen uit Bethlehem zijn door de toenemende belegering uit hun historische stad verdreven. Volgens Vera Baboun, burgemeester van de stad, was de christelijke bevolking van Bethlehem tegen 2016 gedaald tot 12 procent, slechts 11.000 mensen.
Het meest optimistische schattingplaatst het totale aantal Palestijnse christenen in heel bezet Palestina op minder dan twee procent.
De verband tussen de afname van de christelijke bevolking in Palestina en Israëls bezetting en apartheid kan onmiskenbaar zijn, omdat dit zowel voor Palestijnse christenen als voor de moslimbevolking duidelijk is.
Een onderzoek door de Drakenberg Kalima Universiteit in Beit Jala op de Westelijke Jordaanoever, gepubliceerd in december 2017, interviewde bijna duizend Palestijnen, waarvan de helft christelijk en de andere helft moslim. Een van de belangrijkste doelstellingen van het onderzoek was het begrijpen van de reden achter de ontvolking van christenen in Palestina.
Het onderzoek concludeerde dat “de druk van Israëls bezetting, voortdurende beperkingen, discriminerend beleid, willekeurige arrestaties, landconfiscatie” leidt tot “een gevoel van hulpeloosheid onder Palestijnse christenen” die zichzelf in een “wanhopige situatie” bevinden waarin zij “geen toekomst meer zien voor hun kinderen of voor zichzelf”.
De bewering dat Palestijnse christenen Palestina verlaten vanwege religieuze spanningen tussen hen en hun moslimbroers is ongegrond en daarom irrelevant.
Gaza is een ander geval in dit opzicht. Slechts 2 procent van de Palestijnse christenen leeft in de verarmd en belegerde Gazastrook. Volgens schattingen in 1967, toen Israël Gaza bezette, leefden samen met de rest van historisch Palestina 2.300 christenen in de Gazastrook. Maar vandaag leven er slechts 1.100 christenen nog in Gaza. Jaren van bezetting, gruwelijke oorlogen en onerbarmelijke belegering hebben deze rampzaligheid kunnen brengen over een gemeenschap waarvan de historische wortels tweeduizend jaar teruggaan.
Net als de moslims in Gaza zijn deze christenen afgesneden van de rest van de wereld, inclusief de heilige steden op de Westelijke Jordaanoever. Elk jaar moeten christenen in Gaza zich registreren om toestemming te krijgen van het Israëlische leger om deel te nemen aan Paasdiensten in Jeruzalem en Bethlehem. Vorige april kregen slechts 200 christenen toestemming te reizen, maar alleen op voorwaarde dat zij 55 jaar of ouder waren en mochten zij Jeruzalem niet bezoeken.
De Israëlische mensenrechtengroep Gisha (organisatie voor mensenrechten actief in Israël) beschreef het besluit van het Israëlische leger als een “verdere schending van de fundamentele rechten van Palestijnen op vrijheid van beweging, vrijheid van godsdienst en gezinsleven” en beschuldigde terecht Israël van pogingen om de “scheiding” tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever te verdiepen.
In feite strekt Israëls doel zich verder uit. Door Palestijnse christenen van elkaar af te scheiden en van hun heilige steden (net zoals zijn doelstelling voor moslims), hoopt de staat Israël de sociale-culturele verbindingen te verzwakken die de Palestijnen hun collectieve identiteit geven.
Israëls strategie is gebaseerd op het idee dat een combinatie van factoren – enorme economische moeilijkheden, permanente belegering en apartheid, onderbreking van collectieve en spirituele banden – uiteindelijk de christenen uit hun Palestijnse vaderland zal verdrijven.
Israël is ertoe geneigd de “strijd” in Palestina op zo’n manier voor te stellen dat deze als een religieuze strijd lijkt, en zichzelf als gevolg daarvan als een Joodse staat onder belegering te labelen onder een grote moslimbevolking in het Midden-Oosten. Het voortbestand van Palestijnse christenen is een fijne draad in dit Israëlische plan.
Helaas is Israël erin geslaagd de strijd in Palestina – van politieke en mensenrechtelijke strijd tegen kolonialisme – om te zetten in een religieuze strijd. Het is even betreurenswaardig dat de meest fanatieke aanhangers van Israël in de Verenigde Staten en elders religieuze christenen zijn.
Men moet begrijpen dat Palestijnse christenen in Palestina noch vreemdelingen zijn noch toeschouwers. Zij zijn in gelijke mate, net als hun moslimbroers, slachtoffer geworden, en hebben door hun verzet, spiritualiteit, diepe verbondenheid met het land, artistieke bijdrage en wetenschappelijke vooruitgang een belangrijke rol gespeeld in het bepalen van de moderne Palestijnse identiteit.
Israël mag de oudste christelijke gemeenschap ter wereld niet uit hun voorvaderland verdrijven, want dit zou kunnen bijdragen aan Israëls diep zorgwekkende streven naar raciale superioriteit.
Ons begrip van het legendastische Palestijnse “Sumud” – standvastigheid – en van solidariteit kan niet volledig zijn zonder het centrale belang van Palestijnse christenen voor het verhaal en de moderne Palestijnse identiteit te begrijpen.
Bron: Akhbar Al-Youm




